Het weer doet flauw. Het regent. Niet harder dan een aap ‘oe aa’ kan zeggen, maar zeker niet zachter! Elke seconde hebben alweer 10 druppels het dak van de caravan geterroriseerd. Het klinkt als het geruis van een televisie, alleen is geruis constant. Het weer tart met me. Toen ik klaar was met het douchen, moest ik door dit weer naar de caravan. En nu ik in de knusse caravan zit, doet de regen steeds net alsof hij gaat stoppen, maar gaat vervolgens nog harder regenen dan tevoren. ‘Haha, Lisette. Nu heb ik je tuk!’ Ik vind het in ieder geval een goed genoeg excuus om op te blijven en lekker te bloggen (ja, plensbui.)
Gisteravond had ik weer een leuke ingeving. Vlak voor het slapen gaan flikkerde het creatieve deel van mijn hersenen even uit, aan, uit, aan. Voor het eerst in mijn 15 levensjaren had ik een idee voor een stripboek! De volgende ochtend stond ik ervan te kijken. Ik, Lisette, die zich nog steeds afvraagt wanneer het rondje dat ze zojuist op haar tablet tekende op een ovaal gaat lijken en niet op een vierkant, had een gedachte voor een bestseller in de stripwereld.
Het verhaal bevatte alle elementen die de gemiddelde manga lezer in een verhaal wilt terug zien komen (oké, dit is een verkooppraatje). Romance, angst, verdriet, een worsteling en een identiteitscrisis, in mijn hoofd speelde het allemaal af. Ik denk dat dit de achterkant zou zijn van het stripboekje, of zo iets: Een jongen wordt wakker, omdat hij zijn zus in haar slaap hoort krijsen. Hij rolt zijn ogen, stapt uit zijn bed en loopt slaapdronken naar haar kamer toe. Hij ziet haar op de grond liggen en denkt bij zichzelf: Yep, een ordinaire nachtmerrie. Hij besluit haar op haar bed te tillen, maar als hij haar hoofd omdraait ziet hij een schedel. Een gele schedel met rode lichtjes in de oogholtes. Hij laat zijn hand vallen en terwijl zijn hand met een zacht plofje op het pakket valt, kruipt de schedel, met de zwart pyjama van zijn zus in hem. De volgende ochtend wordt hij gewoon wakker in zijn bed, niet anders dan normaal. Als hij in zijn pyjama de trap afloopt, komt hij zijn zus tegen die begint te lachen. ‘Dus… wat deed je vanochtend in mijn kamer?’
Zou jij het gaan lezen, als ‘jongen’ vervangen zou worden door een naam? Ik vind de flaptekst best leuk, alleen zou ik er – mocht ik ooit zo iets kunnen tekenen – meer tijd in moeten steken. In grote lijnen, is ‘de jongen’ uitgekozen om de nieuwe Magere Hein te worden en moet hij zijn liefje vermoorden. Vreemd genoeg heb ik ook al aan de kleine details gedacht, zelfs details die niet eens in het verhaal thuishoren. Zoals het feit dat hij zo oud gaat worden dat zijn huid en organen afrotten, waardoor er allen nog maar botten overblijven. Het is in ieder geval een leuk idee, misschien ontmoet ik ooit nog wel eens iemand die het wilt uitvoeren. Wie weet. En nu ga ik slapen, wel te rusten!